Berichten

Modeltreinen kijken in Sneek

Sven wist het zeker. Hij wilde weer naar het modeltspoor museum in Sneek. We waren daar twee weken geleden ook geweest en hij wilde er weer naar toe. Hij had al aan papa gevraagd of die de auto nodig had die dag, zodat we er konden komen. Ik twijfelde of ik wel weer meer dan een uur wilde rijden en ook had ik me de vorige keer een beetje verveeld aan het einde.

En opeens vroeg ik me af waar ik me zo druk over maakte. Sven was gefascineerd geraakt door de modeltreinen en de groene knopjes waar hij op kon drukken om ze te laten rijden. Dat was zo mooi om te zien! Dit was waar ik in geloofde en opeens voelde ik zoveel energie. Ik had zin om met hem mee te gaan, ook helemaal naar Sneek! En we hadden een geweldige middag. Ik hoefde niks, ik kon kijken en genieten. We hadden de tijd, de tijd voor zijn nieuwsgierigheid!

4. Smeden

Met haar dochter Tara (11 jaar) zou Karin naar de open avond van de Middelbare Vrije School. Toen zei haar jongste dochter Devi (5 jaar): ‘ik wil ook mee, want ik wil ook Tara’s nieuwe school zien!’ Omdat het om 18 uur begon, leek dit Karin geen probleem en besloot ze haar jongste dochter daarin te volgen. Zo ontstond een gezinsuitje, want ook vader Bart ging spontaan mee. Toen ze daar aankwamen stonden er leerlingen buiten te smeden in een open vuur. Devi was direct gefascineerd door het licht van het vuur op deze donkere januari-avond, het gloeiende metaal en het harde geluid van de slagen van de smeedhamer. Ze vroeg wat ze aan het doen waren en Karin legde het haar uit.

Binnen kregen ze een plattegrond en verdeelden zich in twee groepjes: Tara ging met haar vader een muziekles volgen en Devi en Karin gingen de school verkennen. Devi wilde meteen de plattegrond en liep daarmee in haar handen door de school. Karin volgde haar:
‘We hebben hele afstanden afgelegd door de school, trappen op, onder trappen door en zo de school verkend. Niet de leraren en het les- en open avondprogramma, maar de sfeer, schilderijen en spontane ontmoetingen heb ik ontdekt. En ik heb de interesses van mijn dochter mee mogen ervaren. Uiteindelijk kwamen we bij het handenarbeid lokaal en daar zagen we, nadat we van alles hadden gezien, een plank met alle stadia van het proces van het smeden van een mes. Devi vroeg: ‘Wat is dat?’. Dus ik refereerde aan het smeden wat we buiten gezien hadden. Ik legde uit dat je door het ijzer warm te maken en erop te kloppen een vorm kunt maken. Toen wilde Devi weer terug naar Bart en Tara en ging ik met Tara mee en ging Bart Devi volgen. Thuis bleek dat ze Bart haarfijn had uitgelegd wat de stadia van het smeden van een mes zijn! Het fascineerde ons toen bleek dat ze dat dus feilloos kon reproduceren.’

Door het volgen van haar dochter heeft Karin de school door haar ogen gezien, zoals de verstophoekjes waar ze anders aan voorbij gelopen zou zijn. ‘Omdat ik het smeedproces al eens had gezien zou ik er aan voorbij gelopen zijn. Nu werd ik me bewust van het bijzondere proces en was ik blij verrast dat dit zo mooi rond kwam met de messen in het handenarbeid lokaal.’

Karin & Devi, ‘I FOLLOW’ verhaal 4

3. Bomen ontdekken

bomen-ontdekkendoor: Judith van Oostrom

“Wat zou je graag willen ontdekken, Liene?” We zitten aan de ontbijttafel en Liene (5 jaar) denkt na. “Bomen” is haar antwoord. Wat een mooi antwoord is, maakt mijn hoofd tot een grote vraag. Mijn hoofd begint met denken en daar stopt het ontdekken meteen. Hoe kan ik daar nu vorm aan geven? Ik zoek naar een duidelijk kader, zodat ik aan haar verwachtingen kan voldoen. Dus ik vraag: “Hoe wil je bomen ontdekken?” “Gewoon bomen ontdekken” is haar antwoord. Daar schiet ik dus niet zo heel veel mee op. “Waar staan die bomen?” Ik probeer het nog een laatste keer. “Weet ik niet.” Oke….

In de dagen die volgen probeer ik het nog een paar keer scherp te krijgen wat Liene wil ontdekken. Elke dag verzint ze iets nieuws. De bomen blijven wel terugkomen. Wat voor haar ontdekken is, is voor mij nog steeds onduidelijk. Ondertussen heb ik ook een idee. Het Arboretum lijkt me bij uitstek de plek om bomen te ontdekken. Ik ben er zelf nog nooit geweest. Dit is dus de kans om eens te gaan kijken. Zo wordt het voor mij ook een ontdekkingstocht. Inmiddels is het zaterdag. De auto is ingepakt en iedereen (ik, Liene en haar broertje Brent) is klaar om op pad te gaan. Eenmaal in de auto duurt vallen beide kinderen binnen 5 minuten in slaap. Ik had verwacht dat ze zo enthousiast zouden zijn dat ze niet zo in zouden slaap vallen.

We lopen het Arboretum in. Het Arboretum blijkt een groot park met verschillende landschappen. Van een bos tot een open park en een moeras. Liene en Brent rennen het pad op naar de eerste boom. “Wat voor boom is dit, mama.” Ik lees het bordje voor. “Oke! Wat voor boom is dit, dan?” Liene en Brent zijn al weer bij de volgende boom. Ik doe mijn best om ze ‘echt’ naar de bomen te laten kijken. “Wat zie je aan deze boom?” En “Heb je de schors van de boom gezien? Die is echt anders dan die andere.” Nog voor ik aan het einde van mijn zin ben, zijn Liene en Brent al bij de sloot.

“Dit werkt dus niet” bedenk ik me. “Nu ff go-with-the-flow”, zegt een stemmetje in mijn hoofd. Dat is wat ik probeer. Langzaam lopen we het pad verder af. Af en toe kiezen we welk pad we nemen. Bij elk bordje vraagt Liene wat er staat. Ik lees trouw voor wat erop staat, om vervolgens op zoek te gaan naar het volgende bordje. Bomen ontdekken blijkt dus het vinden van de bordjes met de naam van de boom te zijn. Dat is wel echt anders dan mijn definitie van ontdekken. Ook dat is een ontdekking, bedenk ik me.

Het blijkt tijd voor de speeltuin. Dat is wat Liene en Brent willen. We gaan we op zoek naar een speeltuin. Op de plattegrond die halverwege het park staat vind ik een speeltuin. Die blijkt wel echt anders dan ze gewend zijn. Een speeltuin met houten palen waar touwen tussen gespannen zijn en gestapelde stenen. Het duurt even en dan hebben ze zelf hun draai gevonden. Even later eten we samen ons meegebrachte lunch. Daarna lopen we langzaam al ontdekkend terug richting de auto.

IMG_1664Liene en Brent zijn blij met elke nieuwe speelmogelijkheid die ze ontdekken. Ik ben blij met elk bankje waarop ik weer even kan zitten om te niksen, fotootjes te maken van spelende kinderen en te genieten van de rust. Want er is bijna niemand en ‘go-with-the-flow’ geeft ruimte voor rust. Ook dat is fijn om te ontdekken.

Zo wordt een dag van bomen ontdekken en ontdekkingstocht op zich. Van mijn eigen beelden en de beelden van de kinderen, van het ontdekken van nieuwe manieren van spelen tot het ontdekken dat ‘go-with-the-flow’ pas echt ruimte geeft om te ontdekken.

Judith, Liene en Brent, ‘I FOLLOW’ verhaal 3

 

Een spontaan avontuur

IMG_1520Met z’n allen naar het strand wilde ik al sinds we aankwamen, een paar dagen geleden. We waren met ons gezin voor een week op Schiermonnikoog. Ik was er zelf al heen gegaan en vandaag wilde iedereen mee! Emmers en schepjes vond manlief Lars in het huisje. We knoopten ze aan de fietszitjes en daar gingen we.

Na op het strand in de koude wind zandkastelen gebouwd te hebben, liep zoon Jiri (2 jaar) een zandbult op. Ik had het koud en liep achter hem aan. Hij vond dat leuk en liep het hoge gras in. Zoon Sven (4 jaar) zag het en sloot aan. We riepen Lars om ook mee te doen. En zo liepen we in een rij van jong naar oud, idee van Sven, door het hoge gras over het strand. Dit filmpje illustreert het plezier dat dit ogenschijnlijk kleine avontuur ons bracht:

Follow your child and you will be surprised.

2. Meekijken met de ogen van je kind

foto: Wim Bos
foto: Wim Bos

Spontaan op avontuur
Wim onderneemt een spontaan avontuur met zijn gezin. Ze verkennen het verbouwde centraal station van Utrecht en zijn er met de trein naartoe gereisd. Wim was benieuwd hoe het station er nu uit zou zien. ‘Sophie (2,5) en Ruben (1) keken hun ogen uit’, vertelt Wim, ‘en ik keek mee’. Er was genoeg te zien en hij vond het een bijzondere ervaring om ‘gewoon’ zijn kinderen te volgen in wat zij zagen. ‘Zo stonden we eindeloos bij een roltrap waar mensen omhoog een naar beneden gingen en keken daarnaar.’

Mooie momentjes zijn overal
‘Overal waar je naartoe gaat zijn van dat soort mooie momentjes.’ Wim vertelt over hun bezoek aan de Efteling, een paar weken later. Op een gegeven moment werd Sophie er geboeid door wagentjes die ergens in en uitreden. Wagentje, na wagentje keek ze ernaar. Wim stond naast haar en beleefde het met haar mee. Hij vond het een heel mooi moment en verwondert zich erover dat hij dan zo makkelijk stilvalt. ‘Het geeft het leven zoveel meer diepgang, dan van attractie naar attractie rennen.’

Ruimte maken voor ontdekken
Zijn rol in het begeleiden van zijn kinderen in hun ontwikkeling ervaart Wim als: ruimte maken. Waar hij eerder zijn eigen plannetje uitvoerde is er nu ruimte om te ontdekken en gaat hij naast zijn kinderen zitten en kijkt hij met hen mee. Hij ervaart veel minder botsingen en geniet van wat zijn kinderen ontdekken.

Aansluiten bij wat er gebeurt
Wim realiseert zich dat nu hij aansluit bij wat er gebeurt in zijn gezin, hij de vragen die hij had over het begeleiden van zijn kinderen in hun ontwikkeling niet meer heeft. De nieuwsgierigheid van het kind zelf is voldoende, in elk moment.

Wim, Sophie en Ruben, ‘I FOLLOW’ verhaal 2

Samen op avontuur: een trend zetten

NieuwsgierigerWijs-VeluweVandaag heb ik vrijgemaakt om met m’n jongste zoon Jiri van 2,5 jaar oud samen op avontuur te gaan. Hij vindt het jammer dat zijn broer wel en hij niet naar de gastouder gaat. `Ik merk dat ik teleurgesteld ben dat hij niet blij is met een hele dag met mij en mijn volledige aandacht. Zijn broer legt hem enthousiast uit dat hij dan mag kiezen wat hij wil doen, zoals treinen kijken bijvoorbeeld of naar het Speelgoedmuseum. Jiri zegt dat hij naar het Avonturenbos wil. Ik ben blij dat er meteen iets in hem opkomt waar hij zin in heeft. Ook merk ik dat ik twijfel. Hij is daar gisteren met zijn vader en broer al geweest en het is ruim een uur rijden. Het kan wel, maar voelt niet helemaal kloppend voor vandaag. Hoe kan ik hem volgen en tegelijkertijd een fijne context scheppen?

Ik besluit dat we het gewoon gaan doen. Hij wil alleen maar naar het Avonturenbos als ik het hem vraag. Nadat hij eerst lekker thuis heeft gespeeld vertel ik dat als we nog naar het Avonturenbos willen, het nu tijd is om te gaan. We gaan. Eerst nog even tanken. Bij het tankstation wil hij uit z’n stoel en in de auto spelen. Ik volg hem. Hij wil niet meer in z’n stoeltje en alleen maar blijven spelen. Ik vind het wel even leuk, maar wil dan graag weer verder. Hij wil zijn stoeltje niet meer in en ik worstel met een balans tussen hem volgen in het moment en het overzien van het voorgenomen plan en verder te gaan om nog naar het Avonturenbos te kunnen. Terwijl ik het me afvraag is de grens daar: ik wil niet langer bij het tankstation in de auto spelen. We gaan weer verder.

Terwijl we een stukje verder zijn en Jiri jengelig wordt begint me te dagen wat er gebeurt.  Jiri heeft helemaal geen zin om lang in de auto te zitten. Hij wil wel naar het Avonturenbos maar niet de autorit ernaar toe. Hij kan natuurlijk helemaal niet overzien dat dat erbij hoort. Hij wil er klimmen en klauteren. Die verantwoordelijkheid ligt bij mij. Hij zegt dat het inderdaad klopt dat hij niet lang in de auto wil en stelt voor om naar de Ulebelt te gaan. Blijkbaar weet hij dat dit dichter bij ons huis is, alleen is dat vanaf waar we op dat moment zijn, niet zo. Ik zie dat Schaarsbergen de eerstvolgende afrit is en weet dat daar een ingang van Park de Hoge Veluwe is met een leuke speeltuin met klimtoestellen. Op de parkeerplaats van het park wil hij de auto weer niet uit. Hij wil in de auto spelen. Ik wil zo graag naar buiten. Hoe ga ik om met deze zo tegengestelde wensen?

Ik deel dat ik klaar ben met in de auto spelen en eruit ga. Hij gaat mee. Natuurlijk. Ik voel weerstand tegen het niet volgen en voel ook het belang van het aangeven van m’n eigen grenzen, ook in het volgen. Ook ontdek ik deze dag dat het leuk is om m’n kind mee te nemen vanuit wat ik weet en ken vanuit zijn wens (zoiets als klimmen en klauteren in het bos). Hij kende het park nog niet. We fietsen door het park, hij eerst een stukje op zijn loopfiets die prima aan m’n stuur blijkt te kunnen hangen, naar de speeltuin en stoppen onderweg bij een grote zandvlakte. Hij wil z’n schoenen uit en loopt met z’n blote voeten door het zand. Ik geniet van hem, het buiten zijn en van de zon. Wat een onverwacht geluk. De speeltuin bereiken we ook nog en daar blijkt het klimmen niet eens het allerbelangrijkste. Het houten paard is favoriet alsook de kar erachter.

De keer erna dat we weer samen ‘op avontuur’ kunnen wil Jiri weer naar het park. Deze keer gaan we via een andere ingang, dichter bij huis, het park binnen en ontdekken we weer allerlei nieuwe dingen. Jiri zoekt naar de gelijkenissen met de vorige keer. Deze keer kiest hij een plek en moment om in het gras te lunchen. De plek lijkt op die van de vorige keer. Ik volg 🙂

 

1. Treinen kijken

image-6‘Treinen kijken in Amersfoort’, zegt Sven (4 jaar) blij nadat ik hem vertel dat we vandaag samen op avontuur gaan. Als hij vervolgens met wat geld aan het spelen is, zegt hij dat hij dat mee wil nemen om iets van te kopen op het station. Hij pakt een portemonnee en stopt het geld erin. We doen de portemonnee in de tas en ik vraag hem of hij nog wat te lezen of te spelen mee wil nemen voor in de trein en hij pakt een boekje en een autootje.

Als we de trein instappen vraagt hij: “Boven of beneden?” Ik verwonder mij en moet lachen. “Boven of beneden”, vraag ik hem. Ik vind het bijzonder om te ervaren dat hij de leiding neemt. We zijn voor de zomervakantie drie keer met de trein naar Amersfoort geweest om treinen te kijken en nu weet hij blijkbaar precies hoe het gaat. En ik ook. Ik merk dat ook ik meer ontspannen ben en niet meer zo gericht op of hij het wel leuk vindt en wat mijn rol is. We zijn nu samen op pad, op avontuur, zijn nieuwsgierigheid achterna.

Dat doen we nu ongeveer een half jaar, een dag om de week. Na vele bezoekjes aan de modeltrein in het Speelgoedmuseum in Deventer en een keer naar het Spoorwegmuseum in Utrecht, kijken we nu treinen in het echt, op station Amersfoort. De goederentreinen zijn het meest interessant en die met auto’s erop zijn het summum. Maar eigenlijk geeft Sven elke trein die aankomt of vertrekt zijn volledige aandacht.

Allerlei vragen komen die dag langs. Van hoe het kan het dat de treinen op de rails passen terwijl ze veel breder zijn tot hoe hard treinen kunnen rijden en of dat sneller is dan auto’s. En waarom auto’s voor treinen moeten stoppen bij de spoorbomen en niet andersom.

Het moment dat hij iets koopt van zijn geld, ontstaat als we langs een broodjeszaak lopen op zoek naar een wc. Hij wil daar heen en ik zeg dat ze daar geen wc hebben én realiseer me tegelijkertijd dat hij iets wilde kopen. ‘Wil je dat hier?’, vraag ik. ‘Ja’. ‘Wat wil je kopen?’, vraag ik terwijl we naar binnen lopen. ‘ Een croissant’. We bestellen een croissant. ‘Dan zal ik even je geld tellen of je genoeg hebt’, zeg ik terwijl ik z’n portemonnee op de kop houd. Hij verwondert zich. ‘Maar ik heb ook tien euro’, zegt hij. Ik tel dat hij net genoeg heeft voor de croissant. Hij geeft het geld, terwijl ik hem optil en krijgt één muntje terug waar hij heel blij mee is omdat die zo mooi glimt. Hij verwondert zich nog een keer dat hij al zijn geld moest geven. ‘Maar de croissant is ook heel groot’, beredeneert hij. En dat is hij.

Bij een cafeetje waar we kunnen plassen mag hij z’n net zelfgekochte croissant meenemen. Vanuit daar kijken we naar de bussen. Als we ons drinken op hebben kiest Sven een bankje uit waar hij de bussen goed kan zien. Ook die rijden af en aan. Nadat we ook nog even treinen hebben gekeken, gezigzagd hebben tussen de toegangspoortjes door én de leuke roltrap hebben genomen met de rode en groene voeten erop, wachten we op de Internationale trein om mee terug te reizen. Deze trein is favoriet omdat hij armleuningen heeft die omhoog en omlaag kunnen. Al wachtend kijkt Sven mee met een jongen die een motorrace op zijn laptop kijkt en hem zo draait dat Sven het ook kan zien.

Ik geniet ervan om buiten de tijd om een dag met Sven door te brengen. Een trein te nemen die geen goede aansluiting heeft, maar wel armleuningen die omhoog en omlaag kunnen. Hem volgen brengt me in het nu en het maakt me bewust van m’n gerichtheid op efficiëntie en tijd. Ik verwonder me erover waarom ik vaak dingen in een zo kort mogelijke tijd wil doen, zoals reizen of eigenlijk verplaatsen. Reizen geeft me juist precies dat gevoel wat ik vandaag met Sven ervaar. Het is zoiets als me overgeven aan de ervaringen in het moment en wel zien waar je wanneer uitkomt.

Onderweg vertelt Sven dat hij ook vrachtwagens leuk vindt, grote lange dingen. ‘Waar zijn veel vrachtwagens?’, vraagt hij. De snelweg is het niet voor hem, daar zijn ook auto’s. Ik vraag me af: waar is een plek met veel vrachtwagens en zonder auto’s? Als ik het er later met een vriendin over heb, vertelt ze over een truckstop bij haar in de buurt. Als hij een tractor ziet, vertelt hij dat hij die ook leuk vindt. ‘Waar zijn veel tractors?’ Ik vind het leuk om te merken dat hij na een paar maanden treinen kijken ook andere interesses ontdekt. Ik ben benieuwd waar we over twee weken belanden, op ons volgende avontuur.

Saskia en Sven, ‘I FOLLOW’ verhaal 1

Film: Levensschool als voorbeeld

In deze eerste film van NieuwsgierigerWijs een interview met Jeroen van Westen over de voor zijn zesjarige zoon bedachte levensschool: elke dag samen op ontdekkingstocht. Laat je inspireren door dit prachtige voorbeeld hoe je samen kunt ontdekken en hoe je daar ook zelf wijzer van wordt.

Zelf dit avontuur ook aan gaan binnen de mogelijkheden van jouw gezin op dit moment? Meld je aan voor de eerste NieuwsgierigerWijs Ontdektraject.

Samen op avontuur: de start

Een half jaar geleden besloot ik om met mijn zoon Sven van toen 3,5 jaar op avontuur te gaan, hem te volgen in wat hij wilde doen en ontdekken. Ik raakte verder geïnspireerd door landschapskunstenaar Jeroen van Westen, die voor zijn zoon een levensschool bedacht. Elke ochtend gingen ze samen op pad om nieuwe dingen te ontdekken, terwijl ze voor een half jaar in Seattle verbleven voor het werk van zijn vrouw. Hij volgde daarbij de nieuwsgierigheid van zijn 6-jarige zoon en ontdekte vooral ook zelf heel veel.

Dat wilde ik ook, samen ontdekken. Ik was benieuwd wat er zou ontstaan als ik Sven helemaal zou volgen. Leren en ontdekken door op pad te gaan, samen de wereld in zijn nieuwsgierigheid achterna.

En zo gaan we nu om de week een dag op avontuur.

NSW-speelgoedmuseumDe eerste keer, op 12 februari, verkenden we het Speelgoedmuseum in Deventer. Hoe we er precies beland zijn weet ik niet meer. We parkeren de auto aan onze kant van de IJssel. Over de brug lopen we de stad in, Sven op z’n loopfiets. In het speelgoedmuseum loop ik achter Sven aan, de wenteltrap op omhoog. De eerste verdieping slaat hij na heel even kijken vrijwel meteen over. Hij klimt verder omhoog. Ik twijfel, maar volg toch. Na overal langs te zijn gelopen belanden we bij een modelspoortrein. Sven kijkt en kijkt.

Na het museum wil hij in een cafeetje lunchen met frietjes. Dit volg ik ook, voor nu in elk geval, benieuwd naar wat er zal ontstaan. We vragen bij een lunchcafé of ze friet hebben en of Sven daar een portie van kan krijgen. Het kan. We zitten er gezellig samen te lunchen. Ik kijk uit op een gezin waarbij de volwassenen met elkaar praten en het kind na het spelen met de deur achter een beeldscherm wordt gezet. Ik verwonder mij. Hoe zouden we meer met kinderen samen kunnen leven? Hen betrekken bij wat we doen? En het liefst nog een stap verder: wat zou er gebeuren als wij onze kinderen zouden volgen? Ik heb er zin in dat te ontdekken.

Ons tweede avontuur is 2 maanden later, vlak na het inspirerende interview met Jeroen. Sven wil weer naar het Speelgoedmuseum om naar de modeltreinen te kijken. Ik voel weerstand. Dat hebben we toch al gezien? Wil hij niet naar de dierentuin om alle dieren te kijken, wat hij me laatst vertelde? Nee, hij weet het zeker, hij wil naar de treinen in het museum kijken. Hij mag kiezen en ik ben benieuwd.

Wordt vervolgd.

Beijk ook de film over de Levensschool van Jeroen en Allert: Levensschool als voorbeeld.