9. Met de trein… en meer!

Geïnspireerd door een midweek kamperen op de Mommenhoeve, voel ik op zaterdagochtend een enorme behoefte aan ‘kwaliteit-tijd’ met mijn dochter Nora van ruim 2,5 jaar. Ik besluit haar vandaag te volgen en te kijken wat er dan gebeurt.

Allereerst wil ik erachter komen wat ze graag zou willen doen en ik besluit haar dat te vragen. Haar antwoord is volmondig ‘TREIN, ik wil met de trein’. Oké, we gaan dus met de trein vandaag. En omdat het regent buiten, zeg ik tegen haar: ‘doe je jas maar aan, dan stappen we in de auto en rijden we naar het station’. ‘NEE’, zegt ze, ‘ik wil niet met de auto, ik wil met de fiets’. Ik ben eigenlijk een mooi-weer-fietser, maar vandaag volg ik haar, dus stem ik in en we stappen in de regen op de fiets.

Al snel begint ze te zingen en ik zing met haar mee. We hebben een super gezellige fietstocht naar het station. We stallen de fiets aan de achterkant van het station, waar ook de achteringang van de kinderboerderij is. Als Nora die ziet zegt ze: ,ik wil naar de kinderboerderij’. Even twijfel ik over wat ik zal doen. Zal ik haar volgen of niet. Na overleg beslissen we eerst met de trein te gaan en als we terugkomen en nog zin hebben, gaan we ook nog naar de kinderboerderij. Op station Dordrecht checken we in en nemen we de trein richting Den Haag. Ze vind het erg leuk in de trein. Ze kijkt door de raampjes en vertelt wat ze allemaal voorbij ziet komen. We stoppen bij verschillende stations. Bij Rotterdam CS vraag ik haar of ze uit wil stappen en dat vind ze goed. We stappen uit, gaan de roltrap af en komen in de grote hal, waar heel veel eetgelegenheden zijn. Ze zegt dat ze honger heeft. Eigenlijk had ik eten meegenomen, maar ik merk aan haar dat ze het juist leuk vind dat er van alles te koop is qua eten. Het lijkt me daarom leuk haar te laten kiezen wat ze wil eten en haar daarin te volgen. Zo lopen we binnen bij Burger King, AH to go, Pizzahut, La Place en Broodzaak. Als we daar allemaal geweest zijn wil ze terug naar AH to go. Daar stapt ze af op een zak met eierkoeken en ze wil ook appelsap, zegt ze. We gaan lekker in de hal zitten om te eten en te drinken. Als we klaar zijn, merk ik dat ik wat ongeduldig begin te worden en de trein weer terug naar Dordrecht wil pakken.

Nora heeft hele andere plannen en ik besluit haar nog steeds te volgen. We checken uit en lopen door de poortjes. We zijn nog steeds in de stationshal. In dit gedeelte hangt een hele grote lamp aan het plafond met allemaal kleine lampjes eraan die knipperen. Nora vindt de lamp prachtig en rent er onderdoor, en nog een keer en nog een keer en nog een keer. Ik ga een paar meter verderop zitten en kijk genietend naar haar. Af en toe komt ze even snel naar mij toe gerent om een kusje te geven of om te zeggen dat de lamp zo mooi is. Ook wil ze dat ik nog even meedoe en zo rennen we samen onder de lamp door heen en weer. Afgeleid door een duif in de stationshal waar ze achteraan gaat, lopen we richting de uitgang van het station en gaan we naar buiten.

Er is een klein plantsoen gemaakt met een grasveldje. Inmiddels is het best lekker weer geworden en Nora wil even gaan liggen op het gras. Ook spelen we daar nog even. Helaas worden we verstoord door een ME bus en een paar minuten later komen de eerste voetbalsupporters langslopen. Ik besluit dat ik het volgen even stop en zeg dat we weer met de trein gaan. Ze reageert enthousiast en we stappen in de trein terug naar Dordrecht. Daar gaan we nog naar de kinderboerderij om vervolgens weer zingend op de fiets terug naar huis te gaan.

Samen zijn we ongeveer zeven uur op stap geweest. De tijd is omgevlogen.
Lieve Nora, bedankt dat ik een dag mee mocht in jouw wereld!

8. Treinborden ontdekken

Op een koude dag eind december ging ik er met Sven (4 jaar) op uit. Hij koos ervoor om treinen te gaan kijken in Amersfoort. In plaats van ervoor te zorgen dat we een bepaald plan volgen, kijk ik naar Sven en wat hij aangeeft. Het valt me op dat hij heel precies weet welke kant hij op moet om ergens te komen waar hij wil zijn. ‘Die trap op, en daar weer naar beneden, dan komen we bij de blauwe trein’. Goederentreinen vindt hij het leukst en terwijl we op een erg fris perron zitten te wachten totdat er één langskomt, valt zijn oog op ruitvormige borden, blauw met wit. Hij wil weten waar die voor zijn. Ik heb geen idee. Ik opper om het aan iemand te gaan vragen. ‘Ja, leuk’, antwoord Sven, ‘als jij meegaat’. We komen iemand tegen in NS kleding, die machinist blijkt te zijn. We leggen hem de vraag voor. Hij vertelt over de lengte van de trein (het aantal bakken) en dat die nummers aangeven waar de trein dan moet stoppen. Svens vraag is beantwoordt en we lopen verder.

Tijdens het lopen ontstaat er een nieuwe vraag ‘Maar op sommige borden staan twee getallen, waar is dan het onderste getal voor?’ We draaien ons om en rennen terug naar de machinist om het te gaan vragen. Die stapt echter precies in zijn trein en rijdt weg. We zwaaien. Teleurgesteld dat we onze vraag niet meer aan die aardige man hebben kunnen stellen, kijkt Sven om zich heen. Ik opper om het aan iemand anders te vragen en prompt komt er nog iemand van de NS aanlopen. We leggen de vraag van Sven voor en diegene legt uit dat het te maken heeft met hoe de trein komt aanrijden. Als hij uit een wissel komt, moet hij verder doorrijden om met z’n hele lengte langs het perron te kunnen staan. Sven neemt alle informatie aandachtig in zich op.

Later onderweg terug praten we er nog wat verder over door. Ik ben onder de indruk. Hij doorgrondt echt hoe het werkt. Mooi om zo zijn nieuwsgierigheid te volgen en ik leerde ook nog eens wat nieuws op een winterse maandagochtend. Het was bijzonder om zo met een 4-jarige mee te gaan en helemaal zijn plan te volgen. Extra leuk was het dat er zoveel meer contact ontstond met de mensen om ons heen dan wanneer ik alleen op pad ben.

Lars en Sven – ‘I FOLLOW’ verhaal 8

7. Mieren zoeken

Twee dagen na de lezing van NieuwsgierigerWijs had ik de tijd voor mijn jongste zoon Mick (3 jaar). Ik besloot om naar het Hertenkamp te gaan. Daar aangekomen mocht hij kiezen wat we zouden doen.

Hij wilde de kant van de zandbult op en ik had allerlei gedachten over wat we daar zouden kunnen doen: schommelen, klimmen, een hut maken. Toen we bij de zandbult aankwamen bleek hij vooral geïnteresseerd te zijn in de mieren die er rondliepen. Hij was er door gefascineerd en nieuwsgierig naar waar nog meer allemaal mieren waren. ‘Zijn hier ook mieren?’, vroeg hij steeds. We liepen een heel stuk en keken op verschillende plekken of daar ook mieren waren.

Normaal was ik geneigd om te zeggen: ga maar schommelen of zullen we dit doen en dan vulde ik in wat we zouden kunnen gaan doen. Nu liet ik hem kiezen en volgde ik hem. Ik vond dat verrassend leuk! Het verbaasde me eigenlijk hoe erg ik dat doe, alles vooraf al invullen.

Sonja en Mick – ‘I FOLLOW’ verhaal 7

6. Spontaan linksaf

Suzanne werd geïnspireerd door de verhalen van NieuwsgierigerWijs en op een ochtend besloot ze haar dochter te volgen. Ze was thuis met Roselie (3 jaar) tot haar vader weer terug zou zijn van een afspraak en zij haar werkdag zou kunnen beginnen. Roselie wilde op haar fietsje naar de speeltuin in het bos. Suzanne had er ook zin in en dat zou nog net passen.

Ze vertrokken en bij de straat wilde haar dochter linksaf. De speeltuin was echter rechtsaf. Suzanne vertelde haar dat. Het maakte haar niet uit. Ze wilde nu linksaf. Suzanne besloot haar te volgen. Het werd een mooie fiets/wandeltocht door de wijk. Het was erg gezellig en ze belandden op een schelpenpad in de berm waarvan haar dochter opmerkte: ‘Dit fietst best wel zwaar hè?’ Suzanne genoot en was blij dat ze haar efficiëntie en hoofd vol todo-lijstjes even had losgelaten en met haar dochter echt van het moment kon genieten.

Suzanne en Roselie – ‘I FOLLOW’ verhaal 6

5. Lopend naar huis

Op een dag wilde Vera teruglopen naar huis, nadat we haar zus naar school hadden gebracht, in plaats van achterop de fiets terug te rijden. Normaal vind ik dat niet efficiënt, maar nu besloot het te doen. Ik besefte dat we 3 uur de tijd hadden met als enige noodzaak het halen van boodschappen.

Vera heeft 20 minuten lang over van alles gekletst en de gekste vragen gesteld! Ik was erdoor verrast. Het bracht me letterlijk een glimlach, vanwege de leuke gesprekjes met mijn 3-jarige dochter.

Linda en Vera – ‘I FOLLOW’ verhaal 5

4. Smeden

Met haar dochter Tara (11 jaar) zou Karin naar de open avond van de Middelbare Vrije School. Toen zei haar jongste dochter Devi (5 jaar): ‘ik wil ook mee, want ik wil ook Tara’s nieuwe school zien!’ Omdat het om 18 uur begon, leek dit Karin geen probleem en besloot ze haar jongste dochter daarin te volgen. Zo ontstond een gezinsuitje, want ook vader Bart ging spontaan mee. Toen ze daar aankwamen stonden er leerlingen buiten te smeden in een open vuur. Devi was direct gefascineerd door het licht van het vuur op deze donkere januari-avond, het gloeiende metaal en het harde geluid van de slagen van de smeedhamer. Ze vroeg wat ze aan het doen waren en Karin legde het haar uit.

Binnen kregen ze een plattegrond en verdeelden zich in twee groepjes: Tara ging met haar vader een muziekles volgen en Devi en Karin gingen de school verkennen. Devi wilde meteen de plattegrond en liep daarmee in haar handen door de school. Karin volgde haar:
‘We hebben hele afstanden afgelegd door de school, trappen op, onder trappen door en zo de school verkend. Niet de leraren en het les- en open avondprogramma, maar de sfeer, schilderijen en spontane ontmoetingen heb ik ontdekt. En ik heb de interesses van mijn dochter mee mogen ervaren. Uiteindelijk kwamen we bij het handenarbeid lokaal en daar zagen we, nadat we van alles hadden gezien, een plank met alle stadia van het proces van het smeden van een mes. Devi vroeg: ‘Wat is dat?’. Dus ik refereerde aan het smeden wat we buiten gezien hadden. Ik legde uit dat je door het ijzer warm te maken en erop te kloppen een vorm kunt maken. Toen wilde Devi weer terug naar Bart en Tara en ging ik met Tara mee en ging Bart Devi volgen. Thuis bleek dat ze Bart haarfijn had uitgelegd wat de stadia van het smeden van een mes zijn! Het fascineerde ons toen bleek dat ze dat dus feilloos kon reproduceren.’

Door het volgen van haar dochter heeft Karin de school door haar ogen gezien, zoals de verstophoekjes waar ze anders aan voorbij gelopen zou zijn. ‘Omdat ik het smeedproces al eens had gezien zou ik er aan voorbij gelopen zijn. Nu werd ik me bewust van het bijzondere proces en was ik blij verrast dat dit zo mooi rond kwam met de messen in het handenarbeid lokaal.’

Karin & Devi, ‘I FOLLOW’ verhaal 4

3. Bomen ontdekken

bomen-ontdekkendoor: Judith van Oostrom

“Wat zou je graag willen ontdekken, Liene?” We zitten aan de ontbijttafel en Liene (5 jaar) denkt na. “Bomen” is haar antwoord. Wat een mooi antwoord is, maakt mijn hoofd tot een grote vraag. Mijn hoofd begint met denken en daar stopt het ontdekken meteen. Hoe kan ik daar nu vorm aan geven? Ik zoek naar een duidelijk kader, zodat ik aan haar verwachtingen kan voldoen. Dus ik vraag: “Hoe wil je bomen ontdekken?” “Gewoon bomen ontdekken” is haar antwoord. Daar schiet ik dus niet zo heel veel mee op. “Waar staan die bomen?” Ik probeer het nog een laatste keer. “Weet ik niet.” Oke….

In de dagen die volgen probeer ik het nog een paar keer scherp te krijgen wat Liene wil ontdekken. Elke dag verzint ze iets nieuws. De bomen blijven wel terugkomen. Wat voor haar ontdekken is, is voor mij nog steeds onduidelijk. Ondertussen heb ik ook een idee. Het Arboretum lijkt me bij uitstek de plek om bomen te ontdekken. Ik ben er zelf nog nooit geweest. Dit is dus de kans om eens te gaan kijken. Zo wordt het voor mij ook een ontdekkingstocht. Inmiddels is het zaterdag. De auto is ingepakt en iedereen (ik, Liene en haar broertje Brent) is klaar om op pad te gaan. Eenmaal in de auto duurt vallen beide kinderen binnen 5 minuten in slaap. Ik had verwacht dat ze zo enthousiast zouden zijn dat ze niet zo in zouden slaap vallen.

We lopen het Arboretum in. Het Arboretum blijkt een groot park met verschillende landschappen. Van een bos tot een open park en een moeras. Liene en Brent rennen het pad op naar de eerste boom. “Wat voor boom is dit, mama.” Ik lees het bordje voor. “Oke! Wat voor boom is dit, dan?” Liene en Brent zijn al weer bij de volgende boom. Ik doe mijn best om ze ‘echt’ naar de bomen te laten kijken. “Wat zie je aan deze boom?” En “Heb je de schors van de boom gezien? Die is echt anders dan die andere.” Nog voor ik aan het einde van mijn zin ben, zijn Liene en Brent al bij de sloot.

“Dit werkt dus niet” bedenk ik me. “Nu ff go-with-the-flow”, zegt een stemmetje in mijn hoofd. Dat is wat ik probeer. Langzaam lopen we het pad verder af. Af en toe kiezen we welk pad we nemen. Bij elk bordje vraagt Liene wat er staat. Ik lees trouw voor wat erop staat, om vervolgens op zoek te gaan naar het volgende bordje. Bomen ontdekken blijkt dus het vinden van de bordjes met de naam van de boom te zijn. Dat is wel echt anders dan mijn definitie van ontdekken. Ook dat is een ontdekking, bedenk ik me.

Het blijkt tijd voor de speeltuin. Dat is wat Liene en Brent willen. We gaan we op zoek naar een speeltuin. Op de plattegrond die halverwege het park staat vind ik een speeltuin. Die blijkt wel echt anders dan ze gewend zijn. Een speeltuin met houten palen waar touwen tussen gespannen zijn en gestapelde stenen. Het duurt even en dan hebben ze zelf hun draai gevonden. Even later eten we samen ons meegebrachte lunch. Daarna lopen we langzaam al ontdekkend terug richting de auto.

IMG_1664Liene en Brent zijn blij met elke nieuwe speelmogelijkheid die ze ontdekken. Ik ben blij met elk bankje waarop ik weer even kan zitten om te niksen, fotootjes te maken van spelende kinderen en te genieten van de rust. Want er is bijna niemand en ‘go-with-the-flow’ geeft ruimte voor rust. Ook dat is fijn om te ontdekken.

Zo wordt een dag van bomen ontdekken en ontdekkingstocht op zich. Van mijn eigen beelden en de beelden van de kinderen, van het ontdekken van nieuwe manieren van spelen tot het ontdekken dat ‘go-with-the-flow’ pas echt ruimte geeft om te ontdekken.

Judith, Liene en Brent, ‘I FOLLOW’ verhaal 3

 

2. Meekijken met de ogen van je kind

foto: Wim Bos
foto: Wim Bos

Spontaan op avontuur
Wim onderneemt een spontaan avontuur met zijn gezin. Ze verkennen het verbouwde centraal station van Utrecht en zijn er met de trein naartoe gereisd. Wim was benieuwd hoe het station er nu uit zou zien. ‘Sophie (2,5) en Ruben (1) keken hun ogen uit’, vertelt Wim, ‘en ik keek mee’. Er was genoeg te zien en hij vond het een bijzondere ervaring om ‘gewoon’ zijn kinderen te volgen in wat zij zagen. ‘Zo stonden we eindeloos bij een roltrap waar mensen omhoog een naar beneden gingen en keken daarnaar.’

Mooie momentjes zijn overal
‘Overal waar je naartoe gaat zijn van dat soort mooie momentjes.’ Wim vertelt over hun bezoek aan de Efteling, een paar weken later. Op een gegeven moment werd Sophie er geboeid door wagentjes die ergens in en uitreden. Wagentje, na wagentje keek ze ernaar. Wim stond naast haar en beleefde het met haar mee. Hij vond het een heel mooi moment en verwondert zich erover dat hij dan zo makkelijk stilvalt. ‘Het geeft het leven zoveel meer diepgang, dan van attractie naar attractie rennen.’

Ruimte maken voor ontdekken
Zijn rol in het begeleiden van zijn kinderen in hun ontwikkeling ervaart Wim als: ruimte maken. Waar hij eerder zijn eigen plannetje uitvoerde is er nu ruimte om te ontdekken en gaat hij naast zijn kinderen zitten en kijkt hij met hen mee. Hij ervaart veel minder botsingen en geniet van wat zijn kinderen ontdekken.

Aansluiten bij wat er gebeurt
Wim realiseert zich dat nu hij aansluit bij wat er gebeurt in zijn gezin, hij de vragen die hij had over het begeleiden van zijn kinderen in hun ontwikkeling niet meer heeft. De nieuwsgierigheid van het kind zelf is voldoende, in elk moment.

Wim, Sophie en Ruben, ‘I FOLLOW’ verhaal 2

1. Treinen kijken

image-6‘Treinen kijken in Amersfoort’, zegt Sven (4 jaar) blij nadat ik hem vertel dat we vandaag samen op avontuur gaan. Als hij vervolgens met wat geld aan het spelen is, zegt hij dat hij dat mee wil nemen om iets van te kopen op het station. Hij pakt een portemonnee en stopt het geld erin. We doen de portemonnee in de tas en ik vraag hem of hij nog wat te lezen of te spelen mee wil nemen voor in de trein en hij pakt een boekje en een autootje.

Als we de trein instappen vraagt hij: “Boven of beneden?” Ik verwonder mij en moet lachen. “Boven of beneden”, vraag ik hem. Ik vind het bijzonder om te ervaren dat hij de leiding neemt. We zijn voor de zomervakantie drie keer met de trein naar Amersfoort geweest om treinen te kijken en nu weet hij blijkbaar precies hoe het gaat. En ik ook. Ik merk dat ook ik meer ontspannen ben en niet meer zo gericht op of hij het wel leuk vindt en wat mijn rol is. We zijn nu samen op pad, op avontuur, zijn nieuwsgierigheid achterna.

Dat doen we nu ongeveer een half jaar, een dag om de week. Na vele bezoekjes aan de modeltrein in het Speelgoedmuseum in Deventer en een keer naar het Spoorwegmuseum in Utrecht, kijken we nu treinen in het echt, op station Amersfoort. De goederentreinen zijn het meest interessant en die met auto’s erop zijn het summum. Maar eigenlijk geeft Sven elke trein die aankomt of vertrekt zijn volledige aandacht.

Allerlei vragen komen die dag langs. Van hoe het kan het dat de treinen op de rails passen terwijl ze veel breder zijn tot hoe hard treinen kunnen rijden en of dat sneller is dan auto’s. En waarom auto’s voor treinen moeten stoppen bij de spoorbomen en niet andersom.

Het moment dat hij iets koopt van zijn geld, ontstaat als we langs een broodjeszaak lopen op zoek naar een wc. Hij wil daar heen en ik zeg dat ze daar geen wc hebben én realiseer me tegelijkertijd dat hij iets wilde kopen. ‘Wil je dat hier?’, vraag ik. ‘Ja’. ‘Wat wil je kopen?’, vraag ik terwijl we naar binnen lopen. ‘ Een croissant’. We bestellen een croissant. ‘Dan zal ik even je geld tellen of je genoeg hebt’, zeg ik terwijl ik z’n portemonnee op de kop houd. Hij verwondert zich. ‘Maar ik heb ook tien euro’, zegt hij. Ik tel dat hij net genoeg heeft voor de croissant. Hij geeft het geld, terwijl ik hem optil en krijgt één muntje terug waar hij heel blij mee is omdat die zo mooi glimt. Hij verwondert zich nog een keer dat hij al zijn geld moest geven. ‘Maar de croissant is ook heel groot’, beredeneert hij. En dat is hij.

Bij een cafeetje waar we kunnen plassen mag hij z’n net zelfgekochte croissant meenemen. Vanuit daar kijken we naar de bussen. Als we ons drinken op hebben kiest Sven een bankje uit waar hij de bussen goed kan zien. Ook die rijden af en aan. Nadat we ook nog even treinen hebben gekeken, gezigzagd hebben tussen de toegangspoortjes door én de leuke roltrap hebben genomen met de rode en groene voeten erop, wachten we op de Internationale trein om mee terug te reizen. Deze trein is favoriet omdat hij armleuningen heeft die omhoog en omlaag kunnen. Al wachtend kijkt Sven mee met een jongen die een motorrace op zijn laptop kijkt en hem zo draait dat Sven het ook kan zien.

Ik geniet ervan om buiten de tijd om een dag met Sven door te brengen. Een trein te nemen die geen goede aansluiting heeft, maar wel armleuningen die omhoog en omlaag kunnen. Hem volgen brengt me in het nu en het maakt me bewust van m’n gerichtheid op efficiëntie en tijd. Ik verwonder me erover waarom ik vaak dingen in een zo kort mogelijke tijd wil doen, zoals reizen of eigenlijk verplaatsen. Reizen geeft me juist precies dat gevoel wat ik vandaag met Sven ervaar. Het is zoiets als me overgeven aan de ervaringen in het moment en wel zien waar je wanneer uitkomt.

Onderweg vertelt Sven dat hij ook vrachtwagens leuk vindt, grote lange dingen. ‘Waar zijn veel vrachtwagens?’, vraagt hij. De snelweg is het niet voor hem, daar zijn ook auto’s. Ik vraag me af: waar is een plek met veel vrachtwagens en zonder auto’s? Als ik het er later met een vriendin over heb, vertelt ze over een truckstop bij haar in de buurt. Als hij een tractor ziet, vertelt hij dat hij die ook leuk vindt. ‘Waar zijn veel tractors?’ Ik vind het leuk om te merken dat hij na een paar maanden treinen kijken ook andere interesses ontdekt. Ik ben benieuwd waar we over twee weken belanden, op ons volgende avontuur.

Saskia en Sven, ‘I FOLLOW’ verhaal 1